Beschouwing Rapportage CE: maart 2006- Ronald.E. Aberson
Betreft rapport: Op(de)weg met pure plantenolie? (report 2GAVE-05.05) Datum 06-03-2006
In hoofdlijnen komen uit de studie van CE verkeerde uitkomsten en conclusies, omdat men zich baseert op verouderde teeltwijzen van koolzaad en aannames die niet overeenkomen met de huidige praktijk. Verder ontbreekt een uiteenzetting van de verbeteringen die momenteel voorhanden zijn en die ge?ntegreerd in een cyclus, PPO nog milieuvriendelijker maken. Hiermee kan PPO nu en in de periode die te overbruggen is tot de tweede generatie bio brandstoffen een substanti?le bijdrage leveren aan het behalen van de Europese norm voor inzet van biobrandstoffen. De teeltwijze waaraan de conclusies worden ontleend, zijn gebaseerd op te lage opbrengst per hectare, te hoog kunstmest en bestrijdingsmiddelen verbruik, te veel energie (fossiele diesel) voor de productie van koolzaad, een te hoog vochtgehalte in het zaad en het waardeloos onder ploegen van het koolzaadstro. De feitelijke onjuistheden zal ik aangeven en vooral die, die bepalend zijn voor het eindresultaat. Het frustrerende van het CE rapport is dat zowel staatssecretaris van Geel en Wijn conclusies trekken uit dit rapport die op basis van onjuiste feiten zijn ontstaan.
Ik tracht dit kort en bondig toe te lichten. Uitgangspunten waar het in hoofdlijnen om gaat voor een goede berekening zijn het volgende: Opbrengst per hectare voor winterkoolzaad:
De afgelopen vijf jaar is een gemiddelde opbrengst in het noorden van Nederland voor winterkoolzaad 4000kg /hectare gerealiseerd.
(Voorbeeld Oliemolen delfzijl 2004 over 500 hectare 4760 kg/ha
2005 over 1500 hectare 4050 kg/ha)
CE delft gaat in de berekening in het rapport er vanuit dat 3300 kg /ha gehaald wordt.(blz. 26 onder tabel 5.1)
CE delft berekent dan de olieopbrengst als volgt (zie punt 14 onder aan blz. 26):
3,3ton/ha x(100%-16%)x43%*75%=0,9ton/ha olie
16% = vochtgehalte van het zaad
43% = oliegehalte van het koolzaad
75% = rendement van de koudpers
Hier ontstaan al de grote rekenfouten:
Ten eerste: CE delft rekent met 16 % vocht van het zaad (blz. 23 1e alinea vochtgehalte vanaf land tussen 14 en 18%)
In de praktijk bij navraag meerdere akkerbouwers en bedrijven die koolzaad opslaan ligt het vochtgehalte tussen de 8 en 12,5 %.Bij een droog jaar tijdens oogst schommelt het vochtgehalte rond de 8%, bij een natte oogst rond de 10 % en bij hoge uitzondering maximaal 12,5 %)
Dit geldt voor winterkoolzaad.Winterkoolzaad geeft de hoogste opbrengst en wordt meestal midden juli geoogst.
Wat in de berekening duidelijk fout gaat is dat men met 16% vocht rekent .
In de berekening voor koolzaad drogen rekent men bij CE van 16% vocht terugdrogen naar 0 % vocht. Koolzaad met 0% vocht is niet geschikt voor olieproductie. Hiervoor wordt een vochtgehalte van 8% nagestreefd. In de praktijk wordt normaal van 10% vocht teruggedroogd(koolzaad vanaf het land) naar 8% vocht, dit is 2% terug drogen in plaats van 16%.
Hier wordt het droogproces met factor 8 (= 800% lijkt wat erger)overdreven en wat in het energieverbruik betreft aardgas ook zo meegenomen wordt.
Voor de berekening van de energiebalans ontstaat hier de eerste grote fout.
Koudpersen gebeurt altijd met een vochtgehalte tussen de 7% en 8% vocht.
Een koudpers kan geen koolzaad persen bij 0 % vocht, de pers zal vast lopen.
Het vocht verdwijnt niet uit de olie maar blijft in de koek achter.(vocht in olie mag maximaal 750mg /kg zijn volgens de voorlopige DIN standaard 51605, het vochtgehalte in de koek is normaal 11%) CE laat in hun berekeningen het vochtpercentage wel mee wegen in de berekeningen voor het energie verbruik, maar laat het vocht dat deel uitmaakt v.d. perskoek in de opbrengst berekening niet mee wegen.
Het rendement van een koudpers zou 75% zijn volgens de berekeningsmethode van CE.
Huidige professionele koudpersen hebben een rendement van minimaal 81%.
Voor hobby doeleinden zullen de rendementen rond de 75% liggen.
Om serieus met koolzaadolie productie bezig te zijn moet men uit gaan van minimaal 81%.
Toch geeft de benadering van CE hier een vertekend beeld ten opzichte van warmpersen.(rendement 98 % volgens CE)
Uit de warme persing ontstaat koolzaadextractie schroot, dit schroot is vrij volledig ontdaan van olie (oliegehalte <0,5%).Hierdoor verliest het schroot veel energiewaarde voor veevoer.
Tevens wordt dmv gebruik van hexaan,destillatieprocessen, enz., vitamines (A en E) volledig vernietigd. Bij warmpersen moet i.t.t. koudpersen, via een energieverslindende methode de overige restolie ontdaan worden van koolzaadkoek dat na warme persing koolzaadextractie schroot heet.Dus in het kort koudpersen levert koolzaadkoek met een restolie gehalte van 11% tot 14 % en warmpersen levert koolzaadextractie schroot met een restolie gehalte van 0,5%.
Omdat de laatste jaren de fossiele brandstofprijzen enorm gestegen zijn is koudpersen weer interessant geworden omdat het verwijderen van restolie voor warme persing enorm duur geworden is.
Het tweede voordeel van koolzaadkoek van koudepersing ten opzichte van warmepersing genaamd koolzaadextractie schroot is dat de koolzaad koek veel gezonder is voor vee ivm de vitamines A en E en dat door het hogere restolie gehalte onverzadigde vrije vetzuren .Als dit veevoer door dieren wordt opgenomen ontstaat hierdoor indirect een gezonder voedsel product voor de mens in de vorm van zuivel of vlees.
...... etc. zie het rapport dat op te vragen is bij onderstaand bedrijf!
Aberson meldt in hetzelfde stuk: Waarom schrijf ik dit omdat het mijn inziens verstandig zou zijn dat we eens beter moeten gaan nadenken wat voor energievorm we gaan kiezen op de lange termijn.
Warmte krachtkoppelingen geven het hoogste rendement (>90%).De grootste warmtekrachtkoppelingen (wkk) op PPO zijn 17 megawatt groot. Dit betekent er wordt 17 megawatt elektriciteit opgewekt en er ontstaat ongeveer 17 megawatt warmte.Om een vergelijk te geven een doorsnee energiecentrale die we nu kennen en die alleen voor stroomproductie fungeert is 500 megawatt groot. Dus 30 wkk op ppo vervangen een grote kolen ,gas of kerncentrale.
Door wkk?s op PPO over Nederland te verdelen ontstaat een stabieler elektriciteitsnet .Deze opzet maakt Nederland minder afhankelijk van buitenlandse energieleveranciers.
Het nadeel van wkk is dat men in de zomer vaak warmte over heeft. Door zoveel mogelijk wkk te plaatsen waar altijd warmte gevraagd wordt bijvoorbeeld de industrie gaat er zo weinig mogelijk energie verloren.
Tevens bestaat de mogelijkheid om met de warmte zoutwater om te zetten in drinkwater dit is het zelfde principe waarmee op zeeschepen van zeewater drinkwater gemaakt wordt.
Kleinere wkk?s kunnen in dorpen woningen van stroom en warmte voorzien. Hierdoor wordt aardgas overbodig en dmv een ringleiding door het dorp kunnen woningen voorzien worden van warmwater voor verwarming en tapwater. Deze toepassing wordt al meerdere jaren toegepast in Denemarken.
Door een wkk eigendom te maken van de?bewoners van het dorp of woonwijk kunnen met de huidige energietarieven voor gas en elektra makkelijk de kosten voor installatie ,brandstof,onderhoud afschrijving enz. betaald worden. Dit type wkk?s gaan minimaal 30 jaar mee . Deze manier van opzet bewijst dat wanneer men bereidt is een visie te ontwikkelen voor de lange termijn dat een land zichzelf kan voorzien van hernieuwbare energie zonder afhankelijk te zijn van fossiele brandstoffen.
Door deze techniek samen te brengen met andere energiezuinige ontwerpen kunnen we stellen dat we door energie-effici?nte oplossingen op geen enkele wijze stappen terug hoeven doen in comfort en kosten voor de burger.
Zouden we in de woningbouw meer de passiefhuis (
We zien het voorbeeld zoals het al lang gaat ,de grote energiemaatschappijen maken de dienst uit ,ze smijten met geld in de vorm van reclame en sponsering.
Het grote voordeel van deze opzet is natuurlijk dat overheden een overzichtelijke structuur hebben waarop belastingen eenvoudig kunnen worden geheven. Het is immers veel makkelijker?via een multinational accijns te heffen dan iedere willekeurige boer,burger,ondernemer die op een goedkope eenvoudige wijze waar ook ter wereld zijn energie en voedsel produceert.
Het lijkt er dan ook sterk op dat het CE rapport is opgesteld om de eerste generatie biobrandstoffen te remmen in ontwikkeling en door deze tijdsvertraging de tweede generatie biobrandstoffen meer tijd te geven om de gehele energievoorziening in de toekomst over te nemen.
Professor Schrimpf van de stichting Bundesverband Pflanzenoele heeft berekend dat wanneer alle fossiele brandstoffen die jaarlijks wereldwijd verbruikt worden vervangen kunnen worden door PPO?s indien 2 % van het totale landoppervlak hiervoor wordt aangewend .
Het verbazingwekkende is dat we overal ter wereld gewend zijn om voor voedselproductie ieder jaar te zaaien en te oogsten terwijl we in de energiesector niks anders doen dan grote hoeveelheden opgeslagen fossiele brandstoffen te verbruiken die in duizenden jaren zijn ontstaan.
De tweede generatie brandstoffen bijvoorbeeld vergassen van biomassa in de vorm van houtsnippers en ander plantaardig afval kan een vloeibare brandstof uit gegenereerd worden.
De opbrengsten zouden per hectare veel hoger zijn dan bij de eerste generatiebiobrandstoffen.
De vraag die dan al vaker gesteld is wat is de energie balans om van hout bijvoorbeeld diesel(Fisher Trops) te maken en waarom wordt er geen rekening mee gehouden dat bij de eerste generatie brandstoffen ook nog voedsel wordt geproduceerd meestal ook nog twee keer zoveel als de hoeveelheid olie die van een hectare komt.
Conclusie het grootschalig inzetten van de tweede generatiebiobrandstoffen zal tot voedselschaarste leiden.
Met vriendelijke groet,
Ronald E. Aberson
Solaroilsystems B.V
www.passiefhuis.nl) techniek toepassen dan kunnen we alleen al in Nederland t.o.v bestaande nieuwbouw al meer dan 60 % energie besparen en een wooncomfort verbetering vaststellen. De meerkosten bedragen niet meer dan 8% t.o.v bestaande bouw . Dit wordt op termijn dmv hypotheekaftrek binnen enkele jaren terug verdiend en geeft voor de lange termijn een lage energierekening.het volledige rapport is op te vragen bij: